Lente en zomer: het land warmt snel op

Zon verwarmt het aardoppervlak, waarna de lucht erboven kan stijgen. In het warme halfjaar zijn de omstandigheden voor buien daardoor geregeld gunstiger landinwaarts. Een zeewind kan het kustgebied juist afkoelen. Een warme dag levert echter niet automatisch onweer op.

Herfst: de Noordzee houdt warmte vast

Als het land alweer afkoelt, kan het zeewater nog relatief warm zijn. Koude lucht boven dat water kan stevige buien helpen vormen. Bij een passende wind bereiken die de kust. Verder boven land kunnen ze verzwakken. De feitelijke luchtstroming blijft bepalend.

Winter: koud aan de grond sluit onweer niet uit

Ook bij lage temperaturen kan de atmosfeer onstabiel genoeg zijn voor een onweersbui. Een koufront of koude bovenlucht kan een rol spelen. Het tellen van warme dagen is daarom geen betrouwbare methode om alle onweersdagen te vinden.

Zo lees je de maandgrafiek

De grafiek hieronder toont regen, geen onweersfrequentie. De maandgemiddelden zijn zelf berekend uit volledige maanden in 1991–2020. Bij een station met hiaten verschilt het aantal gebruikte maanden; dit staat in de tabel. Een nattere maand hoeft niet meer bliksem te hebben.

Bronnen en verantwoording

Redactionele controle: 29 september 2026. Historische selecties eindigen in 2025. Dit is eigen uitleg en verwerking door Onweerradar.nl; de bronorganisaties zijn niet betrokken bij deze website.

Lees hoe wij metingen en ontbrekende gegevens verwerken.

Bekijk de actuele radar